BELGISCHE ERETEKENS VOOR DE KOREAANSE OORLOG
3.500 Vrijwilligers dienden in het Belgisch bataljon tijdens de Koreaanse Oorlog tussen 18 december 1950 en 27 juli 1953.  Het bataljon bestond uit een eerste contingent dat in Korea streed in 1951-1952 en een tweede contingent dat zowat het eerste afloste en dienst deed in 1952-1953.  Van de 3.500 vrijwilligers werden er 102 gedood en ongeveer 350 gewond.

De volgende medailles werden ingesteld of uitgereikt voor deelname aan de Koreaanse Oorlog :
Gekruiste zwaarden bij de Ridderordes
De statuten van dit ereteken werden gewijzigd zodat het kon uitgereikt worden voor individuele of collectieve moed tijdens het Koreaans conflict. Voor een Vermelding door het Ministerie van Landsverdediging werd een bronzen palm aangebracht op het lint. Aanvankelijk droeg deze palm het koninklijk monogram bestaande uit 2 letters "L", op elkaar gespiegeld, met "III" tussenin (Leopold III). Op 26 november 1952 werd dit gewijzigd in een enkele letter "L".
Gekruiste zwaarden met een klein bordje "Korea" of "Coree" werden ingesteld om aan te brengen op de linten van de Ridderordes.
Het Oorlogskruis
De Herinneringsmedaille voor Buitenlandse Operaties, met balk "Corée-Korea"
Deze bronzen medaille werd ingesteld op 26 september 1951 en er werd, per decreet, voorzien dat een balk met de naam van de buitenlandse operatie waarvoor het ereteken werd toegekend, op het lint diende te worden aangebracht. Rechthebbenden voor deze medaille zijn Belgen of buitenlanders welke, dienend in Belgische eenheden, in een buitenlandse operatie betrokken waren. Voor de Koreaanse oorlog (1950-1953) werd een balk met tweetalige inscriptie "COREE - KOREA" (soms ook "KOREA - COREE") uitgereikt.

Verder werden drie balken ingesteld voor de drie veldslagen waarvoor de deelnemende eenheden werden vermeld in de Orders van de Dag van het leger :
"IMJIN" voor de Imjin Rivier, april 1951 (aan de deelnemende leden van het 1ste contingent),
"HAKTANG-NI" voor de slag in en om het gelijknamige plaatsje in oktober 1951 (eveneens voor het 1ste contingent) en
"CHATKOL", de slag om Chatkol vondt plaats in maart-april 1953 (2de contingent).

Gekwetsten tijdens de Koreaanse Oorlog droegen een rood geëmailleerd kruis, 5 mm, voor elke oorlogswonde op het lint en elke individuele vermelding werd aangegeven met een bronzen leeuwtje op een 5mm rond schijfje.
De Medaille van de Oorlogsvrijwilliger
Ingesteld op 7 april 1952 voor vrijwilligers welke dienden "voor de duur van de oorlog". Diegenen welke zich vrijwillig opgaven voor dienst in Korea ontvingen een bronzen balk "COREE - KOREA" op het lint. Onder bepaalde omstandigheden kon deze medaille ook retroactief worden uitgereikt voor de 1ste en/of de 2de Wereldoorlog.   Dit werd aangeduid door bronzen balken "1914-1918" en "1940-1945".
En

De Medaille van de Strijdende Oorlogsvrijwilliger
De Koreamedaille van de Verenigde Naties
Ingesteld één dag na de voorgaande medaille bestaat dit ereteken slechts uit de toevoeging van een balk "PUGNATOR" op het lint van de vorige medaille. Ingeval van toekenning aan een vrijwilliger die in de Koreaanse Oorlog daadwerkelijk aan de gevechten deelnam werd een zilveren balk "COREE - KOREA" boven de nu eveneens zilveren Pugnator balk aangebracht. Onder bepaalde omstandigheden kon deze medaille ook retroactief worden uitgereikt voor de 1ste en/of de 2de Wereldoorlog. Dit werd aangeduid door verzilverde balken "1914-1918" en "1940-1945".
De Verenigde Naties gaven een bronzen medaille aan allen die minstens 1 dag in Korea dienden (inclusief de periode na de wapenstilstand). Voor Belgische deelnemers zou enkel een Franstalige versie bestaan, met een Franse tekst op de keerzijde en met een balk "COREE".
Tot op heden heb ik inderdaad nog geen tweetalige (of drietalige) versie gezien ...
© Hendrik Meersschaert, 2017